marijke

 Down to earth !

 
De leraar Pineda(vervolg)

Waarom vroeg je hem dat?

Ik weet het niet. Het is moeilijk uit te leggen. Misschien is het als je zes jaar bent en je hebt een syndroom dat je dat associeert met het feit dat je gek bent of zoiets, toch? . Hij vertelde me dat ik niet gek was en toen vroeg ik: "Kan ik ooit iets gaan studeren?" en hij zei: "Ja, natuurlijk." In dezelfde periode werd ik ook op straat nagekeken, kinderen die zeiden " zielig, hij is ziek". En ik werd kwaad, want ik was niet ziek!

Maar het viel je wel op dat je gezicht anders was?

Inderdaad. Mijn ogen waren meer uitgerekt, en mijn handen waren niet gelijk. Ik had nog nooit een ander kind gezien met Down, maar waarschijnlijk vermoedde ik iets. En het syndroom... wat voor een afwijking is dat? Thuis hadden mijn ouders mij nooit iets verteld maar toen ik het wist vroeg ik mijn moeder: "Is het waar dat ik het Syndroom van Down heb?" Ik was samen met mijn broer Pedro, de oudste, die toen medicijnen studeerde. Hij begon me alles uit te leggen over genetica en de genen. Zo begon ik alles te leren over het syndroom. En ik vroeg hem hetzelfde als ik aan de professor had gevraagd: "Zal ik ooit kunnen gaan studeren?" en ook hij zei: "Natuurlijk, zonder problemen." Ik was erg gelukkig op school met de andere leerlingen. Gedurende een bepaalde periode was ik niet meer zo geïnteresseerd in het leren totdat ik begon met mijn lerarenopleiding, dat was op mijn 21ste. Toen begon ik te leren over `speciaal onderwijs` en ik leerde wat deze handicap inhield. Alle boeken classificeerden het als een ziekte, spraken over tekortkomingen met alle aanverwante problemen. Alles zeer negatief. Toen ik er over begon te lezen zei ik tegen mezelf: "ik ben helemaal niet zo!"

Dacht je dat jij een Down Syndroom had dat een beetje anders was?

Precies. Verder dacht ik dat niet alleen ik speciaal was maar ook vele andere mensen met Down die ik kende. Zij waren ook niet zoals vermeld werd in de boeken. De literatuur doet ons erger voorkomen dan wij werkelijk zijn en stopt ons in een hokje. Ik ben boos te lezen dat een mentale handicap erger wordt gevonden dan een lichamelijke. Ze zeggen dat wij niet `efficiënt` zijn om dat wij gehandicapt zijn. En dat ze zeggen dat er geen oplossing is, is wel het ergste wat ze kunnen zeggen. Ze zien alleen de zichtbare verschillen, en associëren de mentale aspecten met `het gek zijn` omdat er in het verleden geen verschil was tussen een geestelijke afwijking en een geestelijke ziekte. En zelfs vandaag de dag is dit onderscheid niet duidelijk...Dus wanneer iemand een geestelijk gehandicapte ziet denkt hij meteen: hij is gek. Geestelijk gehandicapt zijn wordt geassocieerd met gek zijn.

Was studeren voor jou moeilijker dan voor de andere studenten?

Nee. Nou ja, ik hield niet van cijfers en al helemaal niet van wiskunde maar dat is niet iets speciaals noch karakteristiek aan het Down Syndroom.

                                                     
 

Ik neem aan dat de puberteit moeilijker moet zijn geweest dan je kinderjaren?

Ik heb verschillende periodes meegemaakt. Toen ik begon met de BUP(1) verwachtte niemand een Down syndroom op school en mensen staarden naar me en dachten: wat doet hij hier?

Ze deden iets onwettelijks. De leraren moesten stemmen of ik toegelaten zou kunnen worden op de school. Dus, het was vrij moeilijk, maar stap voor stap gebruikte ik mijn charmes en liefde en zo overwon ik al mijn medestudenten daar ik wist dat dit moest gebeuren. Ik wist dat ik het initiatief moest nemen, praten en met ze optrekken en dat was wat ik deed. En zij reageerden zeer positief. In het eerste jaar was de relatie met hen zeer goed. Wat betreft de leraren, zelfs van degene die tegengestemd hadden, kreeg ik velen aan mijn kant, weliswaar in dit geval door de cognitieve aspecten. Ik stelde vragen in de klas, ik toonde interesse en dit bracht ze een beetje in de war. Hoe is het mogelijk dat een Down Syndroom vragen stelt? Ik was klaar om ze volledig te overtuigen. En toen begon de media geïnteresseerd te raken in mijn `geval`, daar het niet gewoon was dat een Down Syndroom de BUP kan behalen. In het tweede jaar was het verschrikkelijk. Misschien omdat 14-jarige nog steeds kinderen zijn, maar de 16-jarige studenten laten graag zien dat ze hard en gemeen zijn. Ze keken op een andere manier naar me en stopte met me te praten. Het leven was onmogelijk.

En wat deed je daaraan?

In het begin was ik nogal verbaasd. Ik was teleurgesteld en van plan om de handdoek in de ring te gooien, om het op te geven. Ik wist echter niet hoe ik het mijn ouders moest vertellen, dus hield ik alles voor mezelf. Ik wilde niet dat ze verdriet zouden hebben noch dat ze zouden weten dat ik wilde stoppen. Het was een zeer moeilijk jaar. De vrouw van Miguel Melero, die mij begeleidde, was degene die mij het meest hielp. Ze vocht voor mij tegen al die leraren die zich gedroegen als dinosauriërs.