|
Observatie rapport
Ambulante begeleiding maart 2007 :
School de
Bron
Groep: 1
Datum en tijdstip:
05-03-2006 13.00-14.15 uur
Leerkracht: Jannie Smit
Ingevuld door Jacqueline van der Linden
1. interactie
In de kring knijpt de jongen die naast haar zit zijn neus dicht en roept
“poep”. Inderdaad had Marijke een vieze luier. Dit komt maar sporadisch
voor (gelukkig was Barbara er nog).
Bij de zandtafel praat zij gericht tegen medeleerlingen “hé, je maakt
hem stuk”als een jongen zand bij haar taart weg schept.”Wil jij ook
slagroom?”
2.
Klassenorganisatie
- instructie
- Regels/dagritme
- Organisatie
- Differentiatie
Marijke zit rustig op de bank te wachten tot iedereen er is. Ze bladert
in een boek “lekker op vakantie”.
5 leerlingen uit groep 7 komen spelletjes spelen. Het groepje van
Marijke wordt haar aangewezen. Samen met Collin en Willemijn speelt zij
“huisje-boompje-beestje”. Zij stopt de pion in haar mond, glijdt van
haar stoel en speelt met haar pion als zij niet aan de beurt is. Het
meisje dat haar groepje begeleidt krijgt instructie van juf, daarna is
Marijke beter bij het spel betrokken.
Willemijn heeft haar bakje als eerste leeg en roept “gewonnen”.
Vervolgens maakt Marijke haar bakje leeg en roept ook “gewonnen”.
Marijke mag het spel wegbrengen en een ander pakken. Zij komt met
kwartet terug (voor groep 2) op de opmerking dat dit spel niet mag, pakt
zij een ander nl.domino. Marijke mag het eerste kaartje neerleggen, zij
is zeer geïnteresseerd in de afbeeldingen, is goed betrokken en mag
opruimen.
Terug in de kring mogen de leerlingen kiezen, als Marijke aan de beurt
is, zet zij haar magneet bij de zandtafel en loopt er heen. Op de vraag
wat zij aan moet zegt ze “schort”pakt deze en zoekt hulp om hem aan te
trekken. Als juf langs loopt zegt Marijke :ik maak een taart voor jou”.
En even later :”is klaar!”als juf niet in de buurt is vraag ik of ik het
mag opeten. “Nee, voor jou een andere”.
Even later vraagt juf of zij ook water willen, Marijke houdt een zeef op
en wil daar water in. Als juf dat doet kijkt zij heer verwonderd waar
het water blijft. In overleg wordt besloten dat zij iets anders moet
pakken waar het water wel in blijft.
3. Opvallende
kenmerken
• Marijke is
rustig en niet opvallend aanwezig. Maakt een ontspannen/tevreden indruk.
• Zij weet goed wat zij wil gaan doen en kiest resoluut.
• Zij gebruikt in spelsituatie ook taal naar medeleerlingen toe.
• Sterk gericht op volwassenen/grote leerlingen.
|